Hoe beleven kinderen bepaalde sociale situaties? En hoe kom je daar nou achter?

In 2018-2019 nam PI School Professor Waterink Noord samen met 17 andere scholen deel aan een onderzoek van de Universiteit Utrecht naar de beleving van sociale situaties door jongens tussen de 8 en 12 jaar.

Meestal wordt dit soort onderzoek uitgevoerd met behulp van ‘verhaaltjes’. Een kind wordt gevraagd om zich een gegeven situatie voor te stellen en te vertellen hoe het zich daarbij voelt. In het onderzoek van de Universiteit Utrecht werd het verhaaltje vervangen door virtual reality.

Kinderen speelden met een virtual reality bril op spelletjes in een virtuele klas met virtuele andere kinderen. Tijdens deze spelletjes deed zich van alles voor, zoals winnen, verliezen, op je beurt moeten wachten, of het spelletje werd verpest door een ander kind. Er werd bestudeerd hoe kinderen hierop reageerden. Bijvoorbeeld: sluit een kind vriendschap, wordt het boos, of raakt het gefrustreerd?

Na afloop van het spel vertelden alle kinderen dat ze virtual reality veel ‘echter’ vonden dan een verhaaltje. In virtual reality was dan ook te zien dat de kinderen meer diversiteit in hun reactie op situaties vertoonden dan bij het luisteren naar een verhaal. Virtual reality biedt hierdoor een goede mogelijkheid om het gedrag van kinderen te onderzoeken en vervolgens te behandelen in ‘echte’ sociale situaties.

Op basis van de bevindingen uit dit onderzoek is inmiddels op de Universiteit Utrecht een behandelstudie met virtual reality gestart.